Hulporganisaties zoals Artsen zonder Grenzen slaan alarm over de epidemie in de Democratische Republiek Congo, die in een razendsnel tempo om zich heen grijpt. Met inmiddels 2.325 vastgestelde doden is de huidige uitbraak officieel de dodelijkste in de geschiedenis van het Afrikaanse land geworden. Dat blijkt uit de jongste cijfers van het Congolese instituut voor volksgezondheid. In totaal zijn er al 4.945 besmettingen vastgesteld, waarvan 101 in de afgelopen 24 uur. De Verenigde Naties waarschuwen dat het virus sneller om zich heen grijpt dan bij eerdere epidemieën.
- Het dodental in Congo is gestegen naar 2.325, waarmee de uitbraak van 2018-2020 is ingehaald.
- De epidemie wordt veroorzaakt door de zeldzame Bundibugyo-variant, waarvoor geen goedgekeurd vaccin bestaat.
- Het sterftepercentage onder bevestigde patiënten is opgelopen van ongeveer 20 procent in juni naar 46 procent.
Zeldzame virusvariant bemoeilijkt de medische hulpverlening
De epidemie, die op 15 mei formeel werd afgekondigd, is de zeventiende ebola-uitbraak in het Midden-Afrikaanse land. Wat de bestrijding extra gecompliceerd maakt, is de specifieke verwekker: het virus van de Bundibugyo-variant. Voor deze stam zijn in tegenstelling tot andere ebolavarianten nog geen goedgekeurde vaccins of specifieke behandelingen op de markt.
Zonder goedgekeurde vaccins en behandelmethoden zijn gezondheidswerkers volledig aangewezen op het snel isoleren van patiënten en ondersteunende zorg.
Wetenschappers evalueren momenteel een klein aantal experimentele middelen en vaccins, maar het bewijs voor de werking daarvan beperkt zich vooralsnog tot dierproeven. De medische respons wordt daarnaast ernstig gehinderd door een zwakke gezondheidsinfrastructuur, wantrouwen in de gemeenschap en aanhoudende conflicten in de grensstreek met Zuid-Soedan, Oeganda en Rwanda. In Oeganda werd eerder ook al een beperkt aantal gevallen vastgesteld.
Minder snelle opsporing leidt tot een stijgend sterftecijfer
Opvallend is dat het overlijdenspercentage onder bevestigde patiënten in korte tijd drastisch is gestegen. Waar begin juni nog circa 20 procent van de besmette personen overleed, ligt dat cijfer inmiddels op 46 procent. Bijna één op de twee patiënten met een bevestigde besmetting overlijdt dus aan de gevolgen van het virus.
Volgens Thomas Parisch, specialist bij Artsen zonder Grenzen, betekent dit niet dat het virus zelf dodelijker is geworden. Het wijst er volgens hem op dat patiënten pas heel laat in beeld komen bij zorgverleners. Veel besmettingen worden pas opgemerkt nadat de patiënt in de eigen gemeenschap is overleden. Dit betekent dat de epidemiologische controle niet naar behoren functioneert: wanneer patiënten te laat worden opgespoord, neemt het risico op verdere verspreiding binnen huishoudens en dorpen aanzienlijk toe.
Internationale gemeenschap moet de hulpverlening opschalen
De snelheid waarmee het virus zich verspreidt baart internationale organisaties grote zorgen. Waar het bij de grote West-Afrikaanse uitbraak van 2014-2016 bijna vijf maanden duurde voordat de grens van 1.000 doden werd bereikt, werd bij de huidige Congolese uitbraak de grens van 2.000 doden in minder dan drie maanden overschreden. VN-noodhulpcoördinator Tom Fletcher sprak van de snelst groeiende ebola-uitbraak ooit en gaf aan dat er naar schatting iedere dertig minuten iemand aan het virus bezwijkt.
WHO-directeur-generaal Tedros Adhanom Ghebreyesus waarschuwde dat het huidige tempo ertoe kan leiden dat deze epidemie op termijn de omvang van de West-Afrikaanse ebolacrisis gaat benaderen. Voor internationale hulporganisaties en donoren impliceert dit dat er op zeer korte termijn op grote schaal extra middelen, medisch personeel en logistieke tuigage moeten worden ingezet om verdere verspreiding in de regio te voorkomen.































