Een lang gekoesterde theorie over het ontstaan van kaastanden of krijttanden bij kinderen is weerlegd door nieuw wetenschappelijk onderzoek. Wetenschappers veronderstelden jarenlang dat ontstekingen en hoge koorts op jonge leeftijd de opbouw van het tandglazuur verstoren. Uit een studie gepubliceerd in het Journal of Dental Research blijkt nu dat er geen enkel verband bestaat tussen bloedwaarden die wijzen op ontstekingen in de eerste levensjaren en het latere ontstaan van deze glazuurafwijking.
- Onderzoek ontkracht het vermoeden dat vroegkinderlijke ontstekingen de hoofdoorzaak zijn van kaasgebit (MIH).
- De studie maakte gebruik van bloedmonsters en gebitscontroles van bijna 500 Australische kinderen.
- MIH treft een op de zeven kinderen en leidt tot zacht glazuur en een verhoogd risico op tandbederf.
Nauwkeurige bloedanalyses spreken oude aannames tegen
De aandoening staat medisch bekend als molaar-incisief-hypomineralisatie (MIH). Omdat eerdere onderzoeken vooral vertrouwden op het geheugen van ouders over vroegere kinderziektes, bleef de precieze oorzaak onduidelijk. Voor dit nieuwe onderzoek maakten de wetenschappers gebruik van gegevens uit de Barwon Infant Study in de Australische staat Victoria. Binnen dit langlopende project werden ongeveer duizend kinderen gevolgd vanaf de zwangerschap tot hun dertiende levensjaar.
De onderzoekers maten ontstekingswaarden in opgeslagen bloedmonsters op vijf specifieke momenten: bij 28 weken zwangerschap, bij de geboorte, op de leeftijd van zes en twaalf maanden en bij vier jaar. Rond de leeftijd van twaalf jaar ondergingen bijna 500 van deze kinderen een gestandaardiseerde gebitscontrole. Uit de vergelijking tussen de laboratoriummetingen en de staat van het gebit bleek dat ontstekingsreacties in de vroege jeugd geen aantoonbare invloed hebben op het risico op MIH.
Het verschil tussen een gaatje en ontwikkelingsschade
MIH uit zich vaak als crèmewitte of bruinachtige vlekken op de eerste blijvende kiezen en snijtanden, die doorkomen tussen het vijfde en zevende levensjaar. Anders dan bij een gewone caviteit of een gaatje — dat ontstaat door zuren van bacteriën die suikers omzetten — is het glazuur bij MIH vanaf het ontstaan al te zacht en mineraalarm.
Kinderen met MIH hebben voor hun achttiende verjaardag bijna vijf keer zoveel tandheelkundige behandelingen nodig als kinderen met een gezond gebit.
Door de zwakke structuur van het glazuur kunnen tanden snel afbrokkelen en extreem gevoelig zijn voor warmte of kou, wat zelfs tijdens het kauwen pijn kan veroorzaken. Een extra complicatie bij de behandeling is dat plaatselijke verdovingen bij tanden met MIH vaak minder goed aanslaan, wat tandartsbezoeken voor jonge patiënten ingrijpender maakt.
Een complexe puzzel van genen en leefomgeving
Het uitsluiten van ontstekingen als hoofdoorzaak helpt onderzoekers om gerichter te zoeken naar de werkelijke oorsprong van de aandoening. De wetenschappers vermoeden dat MIH het resultaat is van een combinatie van genetische factoren en omgevingsinvloeden. Kinderen met MIH hebben immers ook vaker te maken met andere ontwikkelingsproblemen in het gebit, zoals ontbrekende tanden.
Voor ouders is het belangrijk te weten dat MIH een ontwikkelingsstoornis is die niet voortkomt uit slechte poetsgewoonten. Een gebrekkige mondhygiëne kan het probleem wel verergeren, zeker omdat een gevoelig gebit het poetsen pijnlijk maakt. Ouders wordt geadviseerd alert te zijn op vlekken zodra de eerste blijvende tanden rond het vijfde levensjaar doorbreken en regelmatig op controle te gaan om verdere schade tijdig te beperken.
Is jouw kind of iemand in je familie bekend met gevoelige tanden of een kaasgebit? Laat het ons weten in de reacties onder dit artikel.































