De klassieke Maya-beschaving staat bekend om haar indrukwekkende piramides en rijke elites, maar de dagelijkse maaltijd van het gewone volk bleef lang onderbelicht. Een nieuwe studie in het wetenschappelijke tijdschrift PLOS One brengt daar verandering in door de chemische sporen in oude botten en tanden uit het zuidoosten van Petén in Guatemala te onderzoeken. Uit de analyse van fossiele resten blijkt dat maïs ook in de kleinere plattelandsgemeenschappen de absolute basis van het menu vormde. De onderzoekers benadrukken echter dat de plattelandsbevolking niet blind vasthield aan één gewas, maar haar dieet op flexibele wijze aanpaste aan de lokale omgeving en maatschappelijke veranderingen.
- Isotopenonderzoek aan menselijke resten uit Guatemala onthult het dieet van de gewone Maya-bevolking tussen 250 en 900 na Christus.
- Hoewel maïs centraal stond, vonden inwoners van savannes en berggebieden verschillende manieren om hun voeding aan te vullen met lokale eiwitbronnen.
- In tijden van politieke en ecologische crises toonden Maya-gemeenschappen een grote mate van aanpassingsvermogen in hun voedselvoorziening.
Wetenschappers lichten het menu van het Maya-platteland door
Het onderzoek richtte zich op de klassieke Maya-periode (circa 250 tot 900 na Christus). Waar eerdere isotopenstudies vooral keken naar koninklijke graven in grote machtscentra zoals Tikal, Calakmul en Caracol, analyseerden de auteurs nu het botcollageen van 57 personen en het tandglazuur van 37 individuen uit eenvoudige huishoudens.
“In de afgelopen drie decennia is isotopenanalyse een steeds belangrijker hulpmiddel geworden om oude diëten te reconstrueren,” leggen de onderzoekers uit in hun publicatie. Door de verhoudingen van elementen als koolstof en stikstof in menselijke weefsels te meten, kunnen wetenschappers exact bepalen welk type planten en eiwitten iemand tijdens zijn leven heeft geconsumeerd. “De verklarende kracht ervan valt of staat echter met een grondige integratie binnen archeologische en bioarcheologische contexten.”
De chemische vingerafdrukken in de fossiele resten bevestigen dat maïs gedurende de gehele klassieke periode de belangrijkste voedingsbron en een cultureel symbool was voor de Maya’s.
Lokale ecosystemen bepaalden de aanvullende eiwitbronnen
De resultaten tonen aan dat het dieet van plattelandsgemeenschappen varieerde afhankelijk van het landschap. In bergachtige gebieden leefden mensen nagenoeg volledig op maïs en dieren die zich met maïs voedden, zoals herten, navelzwijnen, honden en kalkoenen. In de savannes lag dat anders.
“Diëten in de bergzone lijken sterker op maïs te zijn gebaseerd, terwijl die in de savanne iets meer dierlijke eiwitten van een hoger trofisch niveau bevatten,” schrijven de auteurs. “Deze patronen weerspiegelen mogelijk de beschikbaarheid van zoetwaterbronnen zoals vissen, slakken en reptielen in de rivieren en meren van de savanne.”
De onderzoekers stellen dat deze variatie de grote agrarische capaciteit en de praktische flexibiliteit van de gemeenschappen onderstreept.
Ook binnen gezinnen waren er duidelijke verschillen. Zo indiceert de isotopensamenstelling dat jonge kinderen minder maïs aten dan volwassenen. Als ontwenningsvoedsel kregen peuters rond de leeftijd van drie of vier jaar geleidelijk maïsgebonden papjes, genaamd atole, toegediend.
Veerkracht bleek doorslaggevend in tijden van instabiliteit
Aan het einde van de klassieke Maya-periode kregen veel nederzettingen te maken met leegloop en verval. Toch bleef de afhankelijkheid van maïs overeind en nam deze in de finale fase zelfs toe. In de daaropvolgende vroeg-postklassieke periode zagen de archeologen juist een opvallend grote variatie in de isotopenwaarden.
“Isotopisch en contextueel bewijs uit het zuidoosten van Petén schetst een bevolking die een balans vond tussen agrarische intensivering en lokale ecologische aanpassingen,” concluderen de auteurs. “Maïs bleef de nutritionele en symbolische hoeksteen van het leven, maar de consumptie ervan was ingebed in flexibele, gemeenschapsspecifieke voedselweefsels die sociale en ecologische omwentelingen doorstonden.”
Volgens het onderzoeksteam tonen de gevarieerdere diëten uit latere perioden aan dat de overgebleven gemeenschappen succesvol duurzame strategieën ontwikkelden om crises op te vangen.
Vindt u het verrassend dat oude gemeenschappen zo flexibel wisten om te gaan met grote milieucrises? Laat uw gedachten achter in de reacties hieronder.


























